- Interesses
- Nederlandse militaire voertuigen vanaf jaren zestig zowel in 1:1 als 1:35.
- Schalen
- 1:35
- Nu bezig met
- AMX-13/105mm, NEKAF-TOW groep, Centurion Mk5/2, Dodge WC54, YP408, VW T2a KMAR
We worden op KL 1:35 gebied verwend de laatste tijd. We kenden al jaren de wat gedateerde Revell/Italeri kit van de LARO III 109 die in meerdere uitvoeringen bij de KL heeft gediend. Een tijdje terug kwam de LARO Lightweight uit. Het kleine ronkende en walmende wagentje dat beeldbepalend was voor de KL van de jaren tachtig en begin jaren negentig waarna aflossing door de MB plaats ging vinden. @Robert van Raamsdonk bracht hem (B) uit binnen de inmiddels bekende reeks van KL voertuigen. Bijna volledig resin….en inmiddels uitverkocht omdat het een kleinserie is via voorproductie.
Zeer recent kwam daar een volledig 3D geprinte versie van @Sylly's Mini Models (A) bij. Ook resin dus maar dan niet gegoten maar geprint. Zelf was ik zo’n 2 jaar geleden ook al eens begonnen (C) maar toen ik eindje was hoorde ik van Robert dat hij hem uit ging brengen en ben ik gestopt met het scratchen.
Laten we de boel maar eens zo objectief mogelijk proberen te vergelijken. Met beide heren kan ik het goed vinden en ik heb geen vooringenomen voorkeur en ben dolblij dat ze zoveel tijd en voorinvesteringen willen doen om een zo compleet mogelijk KL wagenpark (en inmiddels ook figuren) op de markt te krijgen. De werkwijze van uitbrengen is anders. De een moet een hele kleinserie in een keer bestellen, genoeg mensen vinden die een toch behoorlijk bedrag (inherent aan een kleinserie) op tafel willen leggen en vooraf daarbij een aanbetaling doen. Keuze is om een kant en klaar versie te kopen of een niet gebouwde. Balans tussen detail en prijsniveau speelt hier een rol. Een perfect maar daardoor onbetaalbaar voertuig is immers niet realistisch. De ander kent de beperking vooral in wat de printer aankan met liefst zo weinig mogelijk losse onderdelen om het model laagdrempelig te houden en werkt op aanvraag/bestelling.

Deze foto laat even het pakket aan onderdelen zien. Opgemerkt wordt dat de wielen bij Sylly’s Mini Models (A) op de foto even ontbreken. Wat opvalt is dat bij de “Van Raamsdonk” (B) meer onderdelen zitten. In dit geval zegt dat echter niet iets over de kwaliteit want de meegeprinte onderdelen bij A zijn erg geslaagd en soms ragfijn. Terwijl bij B echt sprake is van gegoten resin onderdelen die nog echt een nabewerking vragen.
Wat betreft detail van het zichtbare deel is A overduidelijk beter dan B. Het interieur van A is een lust voor het oog. Ik weet echter al wel dat ik er nog het een en ander aan ga verbeteren. Het interieur van B is sober en gemaakt om niet met open deuren te tonen. De deuren van B hebben aan binnenzijde dan ook geen detail. Ook in de bak van B zit geen detail. Wat bij A en B opvalt is dat van bovenaf gezien de vorm van de motorkap verschilt en bij B wat breder van voren is, en volgens mij beter van maat is, dan A. Bij B is de karakteristieke knik van voren veel beter dan bij A waar deze knik echt te zwak is.


Reservewiel ligt er bij A keurig meegeprint op inclusief riemen en bevestiging. Heel overtuigend. Bij B is dit meer basic en er zal zelf een en ander verbeterd moeten worden. De achterzijde van A ziet er echt goed uit. Bij het printen van de schep is er iets met een hoekje niet helemaal goed (ik heb er meerdere en allen hebben dit probleem). Daar zal ik aan de slag moeten. Het los meegeleverde gereedschap (schep en bijl) van B is veel te klein vormgegeven. Daar zal de onderdelen doos uitkomst moeten geven. De voorzijde van A heeft een meegeprinte grille terwijl B een PE grille heeft waarachter ook een radiator (los onderdeel) zit. Bij A zie je wel reliëf door de grille en het logo zit er fraai op. Zelf houd ik meer van de B versie hier maar dat A dit zo heeft gedaan is inherent aan het productieconcept van volledig 3D printen.

Wat bij A teleurstellend is is de onderzijde. De aandrijfstangen zijn complete boomstammen en ook de uitlaat zit er niet als een geheel onder. Maar deze duikt hier en daar op. Uitlaat bij B moet uit een stuk meegeleverd metaal zelf gevouwen worden. Eigenbouw ligt daar voor de hand. Vering is echter juist bij A netjes uitgevoerd hoewel de afzonderlijke bladveren niet/nauwelijks zichtbaar zijn. Bij B is de vering wel heel erg basic en meer een blok resin. Bij B zijn de aandrijfstangen wel los meegeleverd. Zoals bij C weergegeven hoort het eigenlijk (nog niet helemaal af). Het is duidelijk dat A niet gemaakt is om van onderen te bekijken. Toch als je model op ooghoogte gaat bekijken zullen de boomstam aandrijfstangen opvallen. Ook de schokbrekers van A zijn te simpel uitgevoerd terwijl die bij B beter zijn. De stangen van de stuurinrichting zijn bij A weinig overtuigende kromme stangen en bij B een stukje ijzerdraad en een een erg kwetsbaar resin onderdeel. Ik adviseer om dit in beide gevallen te vervangen door onderdelen uit de Revell/Italeri Laro 109 kit.
De decals die zijn meegeleverd zijn verschillend. Zowel bij A als B kunnen eindeloos zelf nummerplaten worden gemaakt. Bij A zitten er aantal tactische eenheidstekens bij terwijl bij B een aardige LES decal zit. Verassend zijn de grote Marechaussee decals bij A terwijl de Laro Lightweight niet direct een voertuig is dat associaties met de KMar oproept (in tegenstelling tot de Laro 109).
En dan als laatste de huif. Die is bij A echt fraai en overtuigend (ook van binnen!) uitgevoerd. Een optie om radio op standaard en uzi in houder bij A in te bouwen (inclusief de antennevoet aan buitenzijde) maakt het af. Bij B zit wel antennevoet maar geen radio van binnen.

Conclusie: A (Sylly’s) is in het prominent zichtbare bereik beter geslaagd dan de B (Van Raamsdonk) hoewel motorkap en grille bij B beter overkomen. Op onderdelen is de onderzijde van B beter geslaagd maar door de erg basis vering wordt dit eigenlijk weer teniet gedaan. De huif van A is overtuigend.
In zijn geheel gezien heeft A echt mijn voorkeur hoewel de onderzijde echt beter had gekund. Het is namelijk net niet onzichtbaar genoeg.
Prijs van A ligt lager dan B en je krijgt er een toch wel beter model voor. B is bovendien niet meer leverbaar en kan via marktplaats of een enkele leverancier die er aantal voor verkoop heeft gekocht wellicht nog verkregen worden. Daarmee is dit vergelijk eigenlijk dus een non issue geworden 🙄.
Zowel A als B geven mooie Laro’s is mijn gevoel. Bij B zul je meer verbeteringen moeten uitvoeren dan bij A. En heb je weinig zin in verbeteringen: in het veld waren ze bij oefeningen dikwijls bedekt met een laagje camouflagenet!
Zeer recent kwam daar een volledig 3D geprinte versie van @Sylly's Mini Models (A) bij. Ook resin dus maar dan niet gegoten maar geprint. Zelf was ik zo’n 2 jaar geleden ook al eens begonnen (C) maar toen ik eindje was hoorde ik van Robert dat hij hem uit ging brengen en ben ik gestopt met het scratchen.
Laten we de boel maar eens zo objectief mogelijk proberen te vergelijken. Met beide heren kan ik het goed vinden en ik heb geen vooringenomen voorkeur en ben dolblij dat ze zoveel tijd en voorinvesteringen willen doen om een zo compleet mogelijk KL wagenpark (en inmiddels ook figuren) op de markt te krijgen. De werkwijze van uitbrengen is anders. De een moet een hele kleinserie in een keer bestellen, genoeg mensen vinden die een toch behoorlijk bedrag (inherent aan een kleinserie) op tafel willen leggen en vooraf daarbij een aanbetaling doen. Keuze is om een kant en klaar versie te kopen of een niet gebouwde. Balans tussen detail en prijsniveau speelt hier een rol. Een perfect maar daardoor onbetaalbaar voertuig is immers niet realistisch. De ander kent de beperking vooral in wat de printer aankan met liefst zo weinig mogelijk losse onderdelen om het model laagdrempelig te houden en werkt op aanvraag/bestelling.

Deze foto laat even het pakket aan onderdelen zien. Opgemerkt wordt dat de wielen bij Sylly’s Mini Models (A) op de foto even ontbreken. Wat opvalt is dat bij de “Van Raamsdonk” (B) meer onderdelen zitten. In dit geval zegt dat echter niet iets over de kwaliteit want de meegeprinte onderdelen bij A zijn erg geslaagd en soms ragfijn. Terwijl bij B echt sprake is van gegoten resin onderdelen die nog echt een nabewerking vragen.
Wat betreft detail van het zichtbare deel is A overduidelijk beter dan B. Het interieur van A is een lust voor het oog. Ik weet echter al wel dat ik er nog het een en ander aan ga verbeteren. Het interieur van B is sober en gemaakt om niet met open deuren te tonen. De deuren van B hebben aan binnenzijde dan ook geen detail. Ook in de bak van B zit geen detail. Wat bij A en B opvalt is dat van bovenaf gezien de vorm van de motorkap verschilt en bij B wat breder van voren is, en volgens mij beter van maat is, dan A. Bij B is de karakteristieke knik van voren veel beter dan bij A waar deze knik echt te zwak is.



Reservewiel ligt er bij A keurig meegeprint op inclusief riemen en bevestiging. Heel overtuigend. Bij B is dit meer basic en er zal zelf een en ander verbeterd moeten worden. De achterzijde van A ziet er echt goed uit. Bij het printen van de schep is er iets met een hoekje niet helemaal goed (ik heb er meerdere en allen hebben dit probleem). Daar zal ik aan de slag moeten. Het los meegeleverde gereedschap (schep en bijl) van B is veel te klein vormgegeven. Daar zal de onderdelen doos uitkomst moeten geven. De voorzijde van A heeft een meegeprinte grille terwijl B een PE grille heeft waarachter ook een radiator (los onderdeel) zit. Bij A zie je wel reliëf door de grille en het logo zit er fraai op. Zelf houd ik meer van de B versie hier maar dat A dit zo heeft gedaan is inherent aan het productieconcept van volledig 3D printen.

Wat bij A teleurstellend is is de onderzijde. De aandrijfstangen zijn complete boomstammen en ook de uitlaat zit er niet als een geheel onder. Maar deze duikt hier en daar op. Uitlaat bij B moet uit een stuk meegeleverd metaal zelf gevouwen worden. Eigenbouw ligt daar voor de hand. Vering is echter juist bij A netjes uitgevoerd hoewel de afzonderlijke bladveren niet/nauwelijks zichtbaar zijn. Bij B is de vering wel heel erg basic en meer een blok resin. Bij B zijn de aandrijfstangen wel los meegeleverd. Zoals bij C weergegeven hoort het eigenlijk (nog niet helemaal af). Het is duidelijk dat A niet gemaakt is om van onderen te bekijken. Toch als je model op ooghoogte gaat bekijken zullen de boomstam aandrijfstangen opvallen. Ook de schokbrekers van A zijn te simpel uitgevoerd terwijl die bij B beter zijn. De stangen van de stuurinrichting zijn bij A weinig overtuigende kromme stangen en bij B een stukje ijzerdraad en een een erg kwetsbaar resin onderdeel. Ik adviseer om dit in beide gevallen te vervangen door onderdelen uit de Revell/Italeri Laro 109 kit.
De decals die zijn meegeleverd zijn verschillend. Zowel bij A als B kunnen eindeloos zelf nummerplaten worden gemaakt. Bij A zitten er aantal tactische eenheidstekens bij terwijl bij B een aardige LES decal zit. Verassend zijn de grote Marechaussee decals bij A terwijl de Laro Lightweight niet direct een voertuig is dat associaties met de KMar oproept (in tegenstelling tot de Laro 109).
En dan als laatste de huif. Die is bij A echt fraai en overtuigend (ook van binnen!) uitgevoerd. Een optie om radio op standaard en uzi in houder bij A in te bouwen (inclusief de antennevoet aan buitenzijde) maakt het af. Bij B zit wel antennevoet maar geen radio van binnen.

Conclusie: A (Sylly’s) is in het prominent zichtbare bereik beter geslaagd dan de B (Van Raamsdonk) hoewel motorkap en grille bij B beter overkomen. Op onderdelen is de onderzijde van B beter geslaagd maar door de erg basis vering wordt dit eigenlijk weer teniet gedaan. De huif van A is overtuigend.
In zijn geheel gezien heeft A echt mijn voorkeur hoewel de onderzijde echt beter had gekund. Het is namelijk net niet onzichtbaar genoeg.
Prijs van A ligt lager dan B en je krijgt er een toch wel beter model voor. B is bovendien niet meer leverbaar en kan via marktplaats of een enkele leverancier die er aantal voor verkoop heeft gekocht wellicht nog verkregen worden. Daarmee is dit vergelijk eigenlijk dus een non issue geworden 🙄.
Zowel A als B geven mooie Laro’s is mijn gevoel. Bij B zul je meer verbeteringen moeten uitvoeren dan bij A. En heb je weinig zin in verbeteringen: in het veld waren ze bij oefeningen dikwijls bedekt met een laagje camouflagenet!
Laatst bewerkt:











































