Ha iedereen,
De Scoutcar komt l bijna tot een eind, en de Duitse Dingo voor de FOC wil ik dit weekend gaan airbrushen. Wat doe je dan? Tsja, dan trek je natuurlijk een nieuwe doos open! 😀 Toegegeven, ik ben al ongeveer een weekje bezig aan deze kit.... 🙂
De Firefly Mk.1c van Dragon dus, doosnummer 6228. Een prachtige kit, met veel extra's zoals veel PE en mooie DS-styreen tracks. Ook heb ik er een alu RB Model loopje bij, wat ook een prachtig dingetje is. Volgens het review van dit loopje op PMMS is hij wel 3 mm te lang... 😕 Maarja, dat valt niet op in het eindresultaat en het is een heel mooi gedetailleerd loopje. 😉
De kit van Dragon is een fijne kit om te bouwen. Ik ben al redelijk ver gevorderd, enkel nog wat luikjes en kleine dingetjes toevoegen en dan ben ik klaar met de bouw. De PE is fijn om mee te werken, vooral vergeleken met de PE uit de MiniArt Dingo set, die me wat te dun is. Deze PE is gemakkelijk te buigen, en ik heb er veel plezier aan beleefd, wat ik nog niet eerder had ervaren met PE 🤣 De pasvorm is goed, ik heb weinig problemen ermee ondervonden. Wat me wel een beetje stoorde waren de gietnaden op stomme plekken, zoals dwars over de toren heen.
De Firefly
De Firefly die ik ga bouwen wordt er een van de Poolse afdeling van het Britse leger. Ik ga er geen extra decals bij kopen, dus deze twee zijn de opties die ik kan bouwen:
-3rd Squadron, Polish 6th Armored Regiment “Dzieci Lwowskich” (met de bijnaam "Zadlo" op de zijkant)
-3rd Squadron, Polish 1st Krechowiwecki Lancers (met de bijnaam "Zemsta II" op de zijkant, wat Pools is voor "wraak", dacht ik)
Als jullie nog foto's hebben van deze twee tanks zou ik ze graag zien! Dit zijn de enige twee foto's die ik kan vinden van deze twee tanks. Zoals jullie kunnen zien hebben beide tanks de extra opbergbox achterop de toren NIET, hoewel die wel op de boxart staat. Die laat ik dus weg.
Plaktijd!
Foto's van de bouw so far:
De toren en hull worden apart gespoten en zitten dus nog los:
De vuurmond van de RB Model alu loop, mooi gedetailleerd!
De detaillering op de .50 is echt geweldig 😱 er zat alleen geen munitie bij de kit, waardoor je het munitiedoosje alleen dicht kon maken. Gelukkig had ik nog wat .50 munitieriemen in mijn spare-doos liggen, want geladen ziet hij er toch wel wat mooier uit vind ik.
Ik heb ook voor het eerst geprobeerd om met Magic sculp een doek te maken, en het resultaat vind ik niet slecht gelukt. Misschien een beetje aan de dikke kant.
De PE spatborden vind ik een mooie toevoeging, Dragon had ook nog plastic versies bijgesloten maar ik heb mooi de PE-versies gebruikt! 😀
Commentaar zeer welkom! Met wat geluk hoop ik deze dit weekend te kunnen gaan airbrushen.
Greetz
De Scoutcar komt l bijna tot een eind, en de Duitse Dingo voor de FOC wil ik dit weekend gaan airbrushen. Wat doe je dan? Tsja, dan trek je natuurlijk een nieuwe doos open! 😀 Toegegeven, ik ben al ongeveer een weekje bezig aan deze kit.... 🙂
De Firefly Mk.1c van Dragon dus, doosnummer 6228. Een prachtige kit, met veel extra's zoals veel PE en mooie DS-styreen tracks. Ook heb ik er een alu RB Model loopje bij, wat ook een prachtig dingetje is. Volgens het review van dit loopje op PMMS is hij wel 3 mm te lang... 😕 Maarja, dat valt niet op in het eindresultaat en het is een heel mooi gedetailleerd loopje. 😉
De kit van Dragon is een fijne kit om te bouwen. Ik ben al redelijk ver gevorderd, enkel nog wat luikjes en kleine dingetjes toevoegen en dan ben ik klaar met de bouw. De PE is fijn om mee te werken, vooral vergeleken met de PE uit de MiniArt Dingo set, die me wat te dun is. Deze PE is gemakkelijk te buigen, en ik heb er veel plezier aan beleefd, wat ik nog niet eerder had ervaren met PE 🤣 De pasvorm is goed, ik heb weinig problemen ermee ondervonden. Wat me wel een beetje stoorde waren de gietnaden op stomme plekken, zoals dwars over de toren heen.
De Firefly
De Sherman Firefly is een Britse herbouw van de Amerikaanse M4 Shermantank uit de Tweede Wereldoorlog.
De Firefly werd in 1944 en 1945 gebouwd omdat de normale Shermantanks niet opgewassen waren tegen de Duitse Tiger I tank. Er werd een krachtiger 17 ponder-kanon in de toren aangebracht en ook werd de bepantsering iets verbeterd.
Na de deelneming van de Verenigde Staten van Amerika aan de oorlog, eind 1941, begon het Verenigd Koninkrijk bij de opbouw van zijn pantserstrijdkrachten in steeds ruimere mate gebruik te maken van Amerikaanse voertuigen, zowel omdat die in de VS in veel grotere hoeveelheden geproduceerd zouden worden dan de Britse tanks, als omdat de eigen tankontwikkeling erg tekortschoot. Vanaf augustus 1942 stroomden grote aantallen in van de toenmalige Amerikaanse standaardtank: de M4 Sherman. Dit type was bewapend met een 75 mm Lang 31 kanon dat redelijk effectief was tegen ongepantserde doelen, maar ook de 50 mm pantserplaat kon doorslaan waarmee begin 1942 de meeste Duitse tanks frontaal beschermd waren.
In 1943 was de Duitse standaard voor de al bestaande tanktypen echter op 80 mm gebracht, wat afdoende bescherming bood tegen de Amerikaanse 75 mm. Ook waren er twee nieuwe zwaarder bepantserde tanks geïntroduceerd: de Tiger I en de Panther. De Tiger, hoewel frontaal wat minder zwaar bepantserd dan de Panther, was daarbij ook aan de zijkanten en de achterkant vrijwel onkwetsbaar voor de normale Sherman.
Al begin 1943 gingen er in het VK stemmen op om de Sherman met een sterker kanon uit te rusten. Men wist dat ook de Amerikanen iets dergelijks van plan waren; het Amerikaanse project zou in 1944 resulteren in de productie van Shermans met het 76 mm Lang 50 M1 kanon. De Britten hadden echter een eigen kanon in ontwikkeling, de Ordnance QF 17-pounder 76.2mm Lang 55, dat nog krachtiger was dan de Amerikaanse 76 mm maar daarbij ook gebruik zou kunnen maken van een sterk verbeterd type munitie: de Armoured Piercing Discarding Sabot-granaat, gebaseerd op Frans onderzoek van voor de oorlog door het bedrijf Brandt. Dit soort granaat had niet alleen een subkaliberkern, waardoor hij lichter werd en daardoor een grotere aanvangssnelheid verkreeg en een navenant groter doorslagvermogen, maar ook vormde de schil rond die kern een afwerpbare slof, de sabot, zodat de kern na het verlaten van de loop niet door die schil snel afgeremd zou worden, een groot nadeel van eerdere typen subkalibergranaten. Gebruikmakend van de nieuwe techniek was de 17-ponder superieur aan de 88 mm van de Tiger en de 75 mm van de Panther.
Het Tank Decision Board wees dergelijke plannen eerst echter af: men wilde een speciaal voertuig voor de 17-ponder ontwikkelen: de A30 Challenger, gebaseerd op het chassis van een Brits voertuig, de Cromwell. Projecten van individuele officieren om een 17-ponder in te bouwen, werden afgekeurd door het Department of Tank Design. Luitenant-kolonel George Witheridge liet het daar echter niet bij zitten en wist door te lobbyen bij het Ministry of Supply te bereiken dat de bouw van een 17-ponder Sherman een officieel project werd. Het ministerie dwong het DTD een van zijn ingenieurs te detacheren, W.G.K. Kilbourn, die in vredestijd voor Vickers gewerkt had.
Het Tank Decision Board wees dergelijke plannen eerst echter af: men wilde een speciaal voertuig voor de 17-ponder ontwikkelen: de A30 Challenger, gebaseerd op het chassis van een Brits voertuig, de Cromwell. Projecten van individuele officieren om een 17-ponder in te bouwen, werden afgekeurd door het Department of Tank Design. Luitenant-kolonel George Witheridge liet het daar echter niet bij zitten en wist door te lobbyen bij het Ministry of Supply te bereiken dat de bouw van een 17-ponder Sherman een officieel project werd. Het ministerie dwong het DTD een van zijn ingenieurs te detacheren, W.G.K. Kilbourn, die in vredestijd voor Vickers gewerkt had.
Kilbourn paste in de Armoured Fighting School te Lulworth, samen met drie medewerkers, tussen augustus en november 1943 een 17-ponder antitankkanon aan de Shermantoren aan. Dat vergde nogal wat veranderingen. Het originele hydropneumatische remmechanisme leverde een terugslag op van veertig duim, veel te ver voor de ondiepe toren. Het werd vervangen door een geheel nieuw korter en krachtiger systeem. Door de geringere lengte raakte het kanon echter uit balans, ongeveer een halve ton. Hierom ontwierp hij een extra slof om de loop meer naar voren beter in de kanonwieg te klemmen en maakte hij achteraan de hulzenvanger van metaal in plaats van canvas. Deze tankversie van het kanon noemde hij de Mark IV; een latere verbeterde versie was de Mark VII. Op 11 november had hij de tekeningen gereed voor een mogelijke massaproductie. Op 28 november was het eerste prototype van het kanon klaar en op 30 november het tweede. Ze werden beproefd op de schietbanen te Woolwich en Shoeburryness.
De Fireflies stroomden van maart 1944 bij het Britse leger binnen. Het lag niet in de bedoeling om eenheden te formeren die helemaal uit Fireflies bestonden: men wilde vooraleerst één voertuig per Shermanpeloton een Firefly laten zijn, dus 36 per brigade, om de overige voertuigen vuurdekking op lange afstand te geven. Bij de Landing in Normandië werd deze norm meestal nog niet gehaald. In praktijk werd de Firefly een zeer populair type, omdat het toen de zwaarst bewapende westerse geallieerde tank was. Toch was het nodig om er heel voorzichtig mee tegen Duitse tanks op te treden, vanwege zijn slechte bepantsering (op de meeste punten even mager als bij de normale Sherman: 76 mm maximaal), hoge silhouette en geringe domping. Dat lukte meestal wel en de verliezen onder Fireflies lagen lager dan bij de standaard Shermantanks.
Men was bang dat de Duitsers in het gevecht deze gevaarlijke tanks het eerst zouden proberen uit te schakelen. Om de lange loop te verhullen, werden verschillende maatregelen voorgesteld, zoals het aanbrengen van een korter houten dummykanon aan de achterzijde van de toren. Iets praktischer was de suggestie om halverwege de loop een valse mondingsrem aan te brengen en de uiterste helft "onzichtbaar" te maken door tegenschaduwing toe te passen: het wit beschilderen van de onderzijde en donker maken van de bovenzijde, zodat een object niet meer als een driedimensioneel object wordt waargenomen en wegvalt tegen de achtergrond. Dit soort beschildering — maar dan zonder valse mondingsrem — zou inderdaad door sommige eenheden worden aangebracht.
Over het algemeen wisten de Fireflies hun taak om zwaardere Duitse tanks te vernietigen goed te vervullen. Tot 850 meter kon met de APCBC-granaat het frontpantser van de Tiger en de Panther vrij betrouwbaar doorslagen worden. Een befaamd slachtoffer was de Tiger van de "tankaas" Michael Wittman.
In 1944 werden veel Shermans verbeterd: er werden extra pantserplaten links en rechts op de voorplaat van de romp gelast ter bescherming van de bestuurder en de munitie. Ook bracht men extra platen op de voorkant van de toren aan. Op de meeste Fireflies werd deze modificatie toegepast.
Tegen het eind van 1944 waren er voldoende voertuigen beschikbaar om bij vele eenheden ook een tweede tank in het peloton een Firefly te laten zijn.
Behalve het Britse leger gebruikten ook andere Commonwealth-legers het type, waaronder Canada, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland in Italië. Daarnaast beschikten ook de Poolse pantserdivisies in het westen over Sherman VC's.
De Duitsers maakten van enkele buitgemaakte Fireflies gebruik.
Na 1945 werd de Firefly eind jaren veertig bij de Britten vervangen door de Centurion. Bij verschillende bondgenoten werden de nieuw opgerichte legers uitgerust met afgedankt oorlogsmaterieel. Originele Amerikaanse Shermans waren relatief eenvoudig te verwerven maar men prefereerde de krachtiger Firefly. Nederland rustte een tankbataljon uit met al in 1945 van een legerdump bij Enschede brutaalweg ontvreemde Fireflies. België deed na 1949 op grotere schaal (drie bataljons/regimenten) hetzelfde met zo'n tweehonderd eerlijk gekochte voertuigen. De Nederlandse voertuigen zouden later doorstromen naar de verkenningsafdelingen en daar tot eind jaren vijftig dienst doen om daarna ingegoten te worden in de IJssellinie. Andere naoorlogse gebruikers zijn Italië, Joegoslavië, Libanon, Argentinië en Paraguay.
De Firefly die ik ga bouwen wordt er een van de Poolse afdeling van het Britse leger. Ik ga er geen extra decals bij kopen, dus deze twee zijn de opties die ik kan bouwen:
-3rd Squadron, Polish 6th Armored Regiment “Dzieci Lwowskich” (met de bijnaam "Zadlo" op de zijkant)
-3rd Squadron, Polish 1st Krechowiwecki Lancers (met de bijnaam "Zemsta II" op de zijkant, wat Pools is voor "wraak", dacht ik)
Als jullie nog foto's hebben van deze twee tanks zou ik ze graag zien! Dit zijn de enige twee foto's die ik kan vinden van deze twee tanks. Zoals jullie kunnen zien hebben beide tanks de extra opbergbox achterop de toren NIET, hoewel die wel op de boxart staat. Die laat ik dus weg.
Plaktijd!
Foto's van de bouw so far:
De toren en hull worden apart gespoten en zitten dus nog los:
De vuurmond van de RB Model alu loop, mooi gedetailleerd!
De detaillering op de .50 is echt geweldig 😱 er zat alleen geen munitie bij de kit, waardoor je het munitiedoosje alleen dicht kon maken. Gelukkig had ik nog wat .50 munitieriemen in mijn spare-doos liggen, want geladen ziet hij er toch wel wat mooier uit vind ik.
Ik heb ook voor het eerst geprobeerd om met Magic sculp een doek te maken, en het resultaat vind ik niet slecht gelukt. Misschien een beetje aan de dikke kant.
De PE spatborden vind ik een mooie toevoeging, Dragon had ook nog plastic versies bijgesloten maar ik heb mooi de PE-versies gebruikt! 😀
Commentaar zeer welkom! Met wat geluk hoop ik deze dit weekend te kunnen gaan airbrushen.
Greetz