- Interesses
- Pantservoertuigen, vnl. WOII t/m Golfoorlog
- Schalen
- 1:35
- Nu bezig met
- Medium Tank T6
Op de jubileumbijeenkomst kwam ik deze doos tegen:

Eentje die ik eigenlijk al jaren op het oog heb vanwege het verhaal achter dit voertuig, en voor een heel tientje kon ik hem nu toch moeilijk laten liggen 🙂
Op 1 augustus 1944 brak er in Warschau een lang geplande opstand uit tegen de Duitse bezetter, gevoerd door de Armia Krajowa (ARMja kraJÒva; de naam betekent ongeveer „Binnenlandse Strijdkrachten”) omdat het voorzag dat het Rode Leger binnenkort Warschau zou bereiken. Met de opstand probeerde de AK voornamelijk twee dingen te bereiken: het versnellen van de bevrijding van de stad en voorkomen dat de Sovjetunie na de oorlog teveel te vertellen zou krijgen, door te zorgen dat de stad in handen viel van de Polen en niet van de Sovjets. Stalin echter liet z’n legers halt houden, waardoor de Duitsers de kans kregen de opstand de kop in te drukken, hoewel dat twee maanden zou duren ondanks het ongelooflijk brute geweld dat ze daarvoor gebruikten. Niet alleen werd de stad systematisch in puin geschoten met onder meer de zwaarste artillerie die er beschikbaar was, maar wanneer Duitse troepen Polen tegenkwamen, of dat nu strijders waren of niet, jong of oud, man, vrouw of kind, werden die op bevel van Himmler ter plekke doodgeschoten of op veel gruwelijkere wijze vermoord. Dit had echter een averechts effect: juist vanwege het grimmige lot dat hen wachtte als ze in Duitse handen vielen, vochten de Polen harder en langer door. Tegen het midden van september begonnen de Duitsers in plaats daarvan dan ook Poolse strijders gevangen te nemen en te behandelen als krijgsgevangenen in plaats van als opstandelingen. Ondertussen liepen er ook onderhandelingen tussen de twee kampen, die uiteindelijk tot gevolg had dat de Polen zichzelf overgaven op 2 oktober.
Hulp van buitenaf was er amper gekomen. De Engelsen wilden en probeerden wel, maar Polen was voor hen heel moeilijk te bereiken met vliegtuigen die voorraden konden droppen. Stalin weigerde om vliegvelden hiervoor open te stellen, maar liet uiteindelijk halfslachtig voorraden afgooien door de Sovjet-luchtmacht, waarvan ook nog eens veel bij de Duitsers neerkwam. De Amerikanen hadden geen zin om Stalin voor het hoofd te stoten en deden daarom eerst weinig of niks, en toen ze wel toestemming kregen van de Sovjetunie haalde hun hulp ook weinig uit.
Kubuś is een zelfbouw-pantserwagen die door de AK op het onderstel van een (in licentie gebouwde) Chevrolet model 157 vrachtauto gemaakt is, in de autogarage van ene Stanisław Kwiatkowski. De bouw begon op 8 augustus en twee weken later was hij af. Hij was bewapend met een Russische DP mitrailleur, een Brits PIAT antitankwapen, een Poolse model K vlammenwerper (die laatste is eveneens een product van de AK, gemaakt in bezet Warschau) en handgranaten. De bepantsering was maar 5 tot 6 mm dik, maar omdat de bouwers geen pantserstaal te pakken konden krijgen gebruikten ze platen uit een fabriek en van geldwagens, die ze dubbellaags uitvoerden met 2,5 tot 9 cm tussenruimte om toch geweerkogels tegen te kunnen houden. Hij is tot 6 september gebruikt en dan achtergelaten in de stad, waar hij tot na de oorlog gestaan heeft, uitgebrand en met allerlei graffiti erop geschreven. Later is hij verplaatst naar het museum van het Poolse leger en opgeknapt, en in 1967 gerestaureerd naar werkende staat met onderdelen van een GAZ 51. In 1990 is de motor vervangen door eentje van het originele type, en in 2004 is er een replica gebouwd voor het museum over de opstand.
De naam betekent trouwens niet, zoals je zou kunnen denken, „kubus” maar „Jakobje,” wat zowel de schuilnaam was van de kort daarvoor gesneuvelde vrouw van één van de bouwers, als ook de naam van Winnie de Poeh in het Pools. De uitspraak van de naam is (ongeveer) „koeboesj” hoewel de „sj” daar eigenlijk staat voor de klank als in het Nederlandse -tje als er daar een klinker vóór staat 🙂
Goed, het model … Dit krijg je in de doos:


Alles zit op één gietraam, dat in vieren geknipt is om in de doos te passen. Het model heeft een volledig interieur, voor zover er daar veel in zit dan, want het is vooral een grote lege ruimte met een stoeltje, een stuur en nog wat hendels. De banden zijn van zacht zwart plastic, en er is een set te koop met vervangende banden met een ander profiel. Alleen kost die, zonder verzendkosten uit Canada waar ze gemaakt worden, al meer dan dit hele model. Voor wat je van de banden zult zien, vind ik dat niet nodig.
De instructies zijn op Scalemates in te zien. Vier bladzijden, alles bij elkaar! Nou ja, plus twee voor de historische achtergrond en het kleurenschema 🙂 De kleuraanwijzingen zijn in Vallejo-nummers, dus ik ben eerst een tijdje bezig geweest uit te zoeken welke kleuren daarmee bedoeld worden.

Eentje die ik eigenlijk al jaren op het oog heb vanwege het verhaal achter dit voertuig, en voor een heel tientje kon ik hem nu toch moeilijk laten liggen 🙂
Op 1 augustus 1944 brak er in Warschau een lang geplande opstand uit tegen de Duitse bezetter, gevoerd door de Armia Krajowa (ARMja kraJÒva; de naam betekent ongeveer „Binnenlandse Strijdkrachten”) omdat het voorzag dat het Rode Leger binnenkort Warschau zou bereiken. Met de opstand probeerde de AK voornamelijk twee dingen te bereiken: het versnellen van de bevrijding van de stad en voorkomen dat de Sovjetunie na de oorlog teveel te vertellen zou krijgen, door te zorgen dat de stad in handen viel van de Polen en niet van de Sovjets. Stalin echter liet z’n legers halt houden, waardoor de Duitsers de kans kregen de opstand de kop in te drukken, hoewel dat twee maanden zou duren ondanks het ongelooflijk brute geweld dat ze daarvoor gebruikten. Niet alleen werd de stad systematisch in puin geschoten met onder meer de zwaarste artillerie die er beschikbaar was, maar wanneer Duitse troepen Polen tegenkwamen, of dat nu strijders waren of niet, jong of oud, man, vrouw of kind, werden die op bevel van Himmler ter plekke doodgeschoten of op veel gruwelijkere wijze vermoord. Dit had echter een averechts effect: juist vanwege het grimmige lot dat hen wachtte als ze in Duitse handen vielen, vochten de Polen harder en langer door. Tegen het midden van september begonnen de Duitsers in plaats daarvan dan ook Poolse strijders gevangen te nemen en te behandelen als krijgsgevangenen in plaats van als opstandelingen. Ondertussen liepen er ook onderhandelingen tussen de twee kampen, die uiteindelijk tot gevolg had dat de Polen zichzelf overgaven op 2 oktober.
Hulp van buitenaf was er amper gekomen. De Engelsen wilden en probeerden wel, maar Polen was voor hen heel moeilijk te bereiken met vliegtuigen die voorraden konden droppen. Stalin weigerde om vliegvelden hiervoor open te stellen, maar liet uiteindelijk halfslachtig voorraden afgooien door de Sovjet-luchtmacht, waarvan ook nog eens veel bij de Duitsers neerkwam. De Amerikanen hadden geen zin om Stalin voor het hoofd te stoten en deden daarom eerst weinig of niks, en toen ze wel toestemming kregen van de Sovjetunie haalde hun hulp ook weinig uit.
Kubuś is een zelfbouw-pantserwagen die door de AK op het onderstel van een (in licentie gebouwde) Chevrolet model 157 vrachtauto gemaakt is, in de autogarage van ene Stanisław Kwiatkowski. De bouw begon op 8 augustus en twee weken later was hij af. Hij was bewapend met een Russische DP mitrailleur, een Brits PIAT antitankwapen, een Poolse model K vlammenwerper (die laatste is eveneens een product van de AK, gemaakt in bezet Warschau) en handgranaten. De bepantsering was maar 5 tot 6 mm dik, maar omdat de bouwers geen pantserstaal te pakken konden krijgen gebruikten ze platen uit een fabriek en van geldwagens, die ze dubbellaags uitvoerden met 2,5 tot 9 cm tussenruimte om toch geweerkogels tegen te kunnen houden. Hij is tot 6 september gebruikt en dan achtergelaten in de stad, waar hij tot na de oorlog gestaan heeft, uitgebrand en met allerlei graffiti erop geschreven. Later is hij verplaatst naar het museum van het Poolse leger en opgeknapt, en in 1967 gerestaureerd naar werkende staat met onderdelen van een GAZ 51. In 1990 is de motor vervangen door eentje van het originele type, en in 2004 is er een replica gebouwd voor het museum over de opstand.
De naam betekent trouwens niet, zoals je zou kunnen denken, „kubus” maar „Jakobje,” wat zowel de schuilnaam was van de kort daarvoor gesneuvelde vrouw van één van de bouwers, als ook de naam van Winnie de Poeh in het Pools. De uitspraak van de naam is (ongeveer) „koeboesj” hoewel de „sj” daar eigenlijk staat voor de klank als in het Nederlandse -tje als er daar een klinker vóór staat 🙂
Goed, het model … Dit krijg je in de doos:


Alles zit op één gietraam, dat in vieren geknipt is om in de doos te passen. Het model heeft een volledig interieur, voor zover er daar veel in zit dan, want het is vooral een grote lege ruimte met een stoeltje, een stuur en nog wat hendels. De banden zijn van zacht zwart plastic, en er is een set te koop met vervangende banden met een ander profiel. Alleen kost die, zonder verzendkosten uit Canada waar ze gemaakt worden, al meer dan dit hele model. Voor wat je van de banden zult zien, vind ik dat niet nodig.
De instructies zijn op Scalemates in te zien. Vier bladzijden, alles bij elkaar! Nou ja, plus twee voor de historische achtergrond en het kleurenschema 🙂 De kleuraanwijzingen zijn in Vallejo-nummers, dus ik ben eerst een tijdje bezig geweest uit te zoeken welke kleuren daarmee bedoeld worden.



