- Interesses
- Nederlandse pantservoertuigen, van oud tot jong
- Schalen
- 1:35
Ditmaal bekijken we een luchtdoelkanon dat bijna 50 jaar dienstdeed bij de krijgsmacht: de 40L70.
Daar waren wel een aantal aanpassingen voor nodig.
Met de wederopbouw van de Nederlandse luchtverdediging na de Tweede Wereldoorlog en de toetreding van Nederland in 1949 tot de NAVO kwam een mix van Brits, Canadees en Amerikaans materieel terecht bij de Luchtdoelartillerie (LUA). Voor de lichte LUA, verantwoordelijk voor de verdediging van ‘geringe tot zeer geringe hoogten’, was dat naast 20mm-geschut de Bofors 40L60, in verschillende versies. Eind jaren vijftig werd de wildgroei opgelost met de ingebruikname van een kleine vierhonderd stukken 40L70, waarvan de helft Amerikaanse hulp was en de rest in ‘eigen huis’ was geproduceerd bij Wilton-Fijenoord.

Ten opzichte van zijn voorganger had de 40L70 door zijn langere loop een groter schootsbereik en een hogere projectielsnelheid en het aantal schoten per minuut lag met 240 schoten twee keer zo hoog. Het was vooral de koppeling met vuurleidingsradars die de effectiviteit van de vuurmond groter maakte. Niet langer waren handmatige bediening en zoeklichten nodig bij het volgen van snelle vijandelijke straalvliegtuigen. Midden jaren 50 hadden 921 en 922 Afdeling de primeur met de invoering van de Amerikaanse ‘Waxy’-waarschuwingsradar en de ‘Voxy’-vuurleidingsradar. De eerste gaf doelen binnen het bereik van 40 kilometer door aan de Voxy, die op zijn beurt de gegevens vertaalde en doorspeelde naar de stukken 40L70.


Overgenomen uit Materieelgezien januari2024
Daar waren wel een aantal aanpassingen voor nodig.
Met de wederopbouw van de Nederlandse luchtverdediging na de Tweede Wereldoorlog en de toetreding van Nederland in 1949 tot de NAVO kwam een mix van Brits, Canadees en Amerikaans materieel terecht bij de Luchtdoelartillerie (LUA). Voor de lichte LUA, verantwoordelijk voor de verdediging van ‘geringe tot zeer geringe hoogten’, was dat naast 20mm-geschut de Bofors 40L60, in verschillende versies. Eind jaren vijftig werd de wildgroei opgelost met de ingebruikname van een kleine vierhonderd stukken 40L70, waarvan de helft Amerikaanse hulp was en de rest in ‘eigen huis’ was geproduceerd bij Wilton-Fijenoord.

Ten opzichte van zijn voorganger had de 40L70 door zijn langere loop een groter schootsbereik en een hogere projectielsnelheid en het aantal schoten per minuut lag met 240 schoten twee keer zo hoog. Het was vooral de koppeling met vuurleidingsradars die de effectiviteit van de vuurmond groter maakte. Niet langer waren handmatige bediening en zoeklichten nodig bij het volgen van snelle vijandelijke straalvliegtuigen. Midden jaren 50 hadden 921 en 922 Afdeling de primeur met de invoering van de Amerikaanse ‘Waxy’-waarschuwingsradar en de ‘Voxy’-vuurleidingsradar. De eerste gaf doelen binnen het bereik van 40 kilometer door aan de Voxy, die op zijn beurt de gegevens vertaalde en doorspeelde naar de stukken 40L70.
De Afdltlua
Midden jaren 60 bestond een Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie (Afdltlua) uit drie vuurmondbatterijen en een staf- en verzorgingsbatterij. Een vuurmondbatterij was opgebouwd uit twee gevechtsbatterijen met elk drie stukken 40L70, een radarvuurleidingsinstallatie (HSA L 4/5) en een vierling .50-mitrailleur (M55) ter zelfverdediging. Zes van deze gevechtsbatterijen konden een ‘kwetsbaar object’ van maximaal 500 meter in diameter verdedigen tegen luchtdreiging. De 40L70 met zijn maximale schootsafstand van 3500 meter stond maximaal 3000 meter van de overige stukken geschut opgesteld.
Overal in het land
De 40L70 vond zijn plek binnen de gelederen van het Legerkorps van de landmacht en bij objectluchtverdediging van de luchtmacht. Bruggenhoofden, vliegvelden, havens en andere belangrijke strategische en tactische locaties werden statisch verdedigd. De landmacht had een groot deel van de afdelingen gemechaniseerd en de lichte luchtdoelartillerie werd ingezet tijdens de vele oefeningen in de Koude Oorlog. Ontwikkelingen binnen de radartechniek ten spijt, leken conventionele wapens als de 40L70 al in de jaren 60 het onderspit te delven door de komst van geleide wapens. Die rakettechnologie was effectiever in het straaltijdperk. Toch bleek er voor de specifieke taken van de 40L70 noodgedwongen ruimte te bestaan.
Oekraïne
Recentelijk kwam de 40L70 weer in het nieuws toen Defensie bekendmaakte dat het bijna alle vuurmonden die het nog in de opslag had staan, aan het Oekraïense leger had overgedragen. Vooral in de strijd tegen relatief traag vliegende drones, die Rusland massaal inzet tegen Oekraïense doelen, blijkt de Bofors een geduchte tegenstander. Flycatchers waren er niet meer, dus de Oekraïners zijn aangewezen op hun spierkracht. Maar mogelijk verzinnen zij weer inventieve toepassingen om het wapen opnieuw volautomatisch te laten opereren. Daarmee gaat de 40L70 bijna zijn 70e dienstjaar in.Overgenomen uit Materieelgezien januari2024










































