De reden dat ie sinds september stil heeft gestaan was mijn ontevredenheid met de acryl wash.
Je hebt dat nooit helemaal in de hand en ik heb het hier te dik opgezet. Toen het duidelijk was, moest ik weer met de olijfgroene airbrush én de kwast met acryl-verdunner aan de slag om haar weer
acceptabel te krijgen.
Ter vergelijking, nogmaals IEP uit ongeveer 1986 in Seedorf. Daar was veel "
na-oorlogse ontucht" op losgelaten. Wellicht goed bedoeld, maar historisch nogal verwarrend. Ik zie nu wel dat ik het scharnier van het commandantsluik een beetje rood ("
hier zit een smeernippel!") mag geven.
In Houten heb ik méér modellen gezien met teveel, dan met te weinig wash. Ik heb daar een vliegdingesbouwer gecomplimenteerd (ja ja
🙂 kijk mij nou) met de fijnzinnige manier waarop hij kleuren die nét naast elkaar lagen, op het model had gespoten. Dat gaf mooie diepte.
Grappig is dat mijn model met de beste '
smoel' (
de vroege M113 C&V), enkel een zwart/ burnt-sienna olieverf wash heeft.
Nix geen modder en nix geen stof.
Om mijn paardebloemen 💕 een plaatsje te geven heb ik een ondergrondje gemaakt.
De naam van de firma ben ik even kwijt, maar de mat met bodembedekking is erg mooi en gevarieerd materiaal. De vezels zijn echter wel stug.
Dus om het voertuig
IN het terrein te laten zakken, moest ik een stukje uit de mat verwijderen. Vaak zie je voertuigen en figuren die niet goed aansluiten. Deze oplossing vond ik effectief.
Het logo van de Marshall hulp, op het pantserschild is een artistieke vrijheid. Tanks die in de haven gelost werden, hadden dat logo. Maar het in onduidelijk hoe lang ze ook op de tanks zijn blijven staan. De UZI van het bemanningslid, is eind jaren 50 in gebruik genomen.
Of deze logo's er toen nog opgestaan hebben is zeer twijfelachtig. Maar het is niet onmogelijk.
Net als in het echt, hangt de tank in zijn voorvering, vanwege het gewicht van het dozerblad.
De tracks zijn niet volkomen strak. Het zijn gewoon de rubberen bandjes uit de ASUKA-doos. Maar ik had al drie complete dozen gekocht, om alle onderdelen voor déze M4A1 bij elkaar te krijgen, (plus twee dozerbladen trouwens)
En ik was wel klaar met nóg meer geld uitgeven. Voor dit materiaal ben ik redelijk tevreden.

Gewoon een plastic .50 een beetje opboren kan redelijke resultaten geven.
De camouflagenetten waren een experiment. We kennen natuurlijk de moderne kunststof netten en de netten met geknoopte jute stroken zoals op de Fennek.
Maar in de vijftigerjaren waren het jute netten met
gevlochten groene, zwarte en bruine jute stroken.
Ik heb een verbandgaasje met verdunde houtlijm in de goede vorm gebracht, en daar (terwijl alles nat was) strookjes papier van een goedkoop kladblok (breedte 1 mm) opgelegd. Na het drogen éérst alles groen gemaakt, en daarna zwarte en bruine banen geschilderd op de papieren strookjes. En tot slot met kakhi gedrybrushed
Het is acceptabel. Het is tenslotte slechts een miniatuur.
Dinsdag zijn de foto's voor de achtergrond klaar. Ik ben benieuwd of ik daar een mooie compositie mee kan maken.
Het is een beetje lastig dat ik nét mijn camerastatief heb uitgeleend.
Om de perspectivische vervorming tegen te gaan, gebruik ik voor overzichtfoto's liever de telelens, en niet mijn telefoon.
Eens kijken of ik dit er mooi achter kan krijgen:
