Jan Coen Wijnstok
Lid van de TWENOT
Al weer lang geleden kreeg ik een kopie van TM 5-271, Light stream-crossing equipage, uit 1944 in handen. Daarin staat onder andere de Footbridge M1938 beschreven. Met foto’s en fraaie lijntekeningen van de onderdelen en van het opbouwen van de brug en alles wat daarbij komt kijken. Dat vind ik wel interessant. De voetbrug bestaat uit ‘floats’ (drijvers) en ‘duckboards’ (vlonders). De drijvers hebben houten zijkanten met daartussen een aantal schuimrubber platen die voor het drijfvermogen zorgen. De vlonders zijn van hout met stalen beslag. Alles tamelijk recht toe recht aan. Dan ga ik toch al snel denken dat het leuk zou zijn om dat te bouwen.




Omdat alle maten in de TM vermeld staan was het relatief simpel om schaaltekeningen te maken. En vervolgens tekeningen van de onderdelen met de maten erbij. Ik ben dan in mijn hoofd al bezig om uit te vogelen hoe ik de objecten kan bouwen. Als ik dan aan het bouwen toe ben hoef ik niks meer op te meten. Bovendien helpt dat enorm als je er meer van wilt bouwen. Als tijdens het bouwen blijkt dat ik er naast zit werk ik de tekeningen en maten bij.
De drijvers zijn in 1:35 86 X 7 X 10 mm en de vlonders 107 X 16 X 4 mm (lengte x breedte x hoogte).


Dan volgt zoals jullie weten het meten en uitzetten van de onderdelen, snijden en bijwerken en dan lekker in elkaar plakken. Dan nog wat metaaldraad buigen en na verloop van tijd had ik twee drijvers en een vlonder gebouwd. Eigenlijk viel dat reuze mee. Die handvatten en die veertjes is wel een hoop gepiel, maar je krijgt ook de slag te pakken en dan gaat het beter.



Nu lijkt het misschien alsof dit bijna vanzelf gaat, maar dat is niet zo. Ik kan gemakkelijk dingen bedenken die gewoon op die schaal niet blijken te kunnen. Dan moet ik de constructie zover versimpelen tot het wel kan. En soms wil het gewoon even niet lukken. Als ik dan na veertien vruchteloze pogingen met superglue aan een onderdeel geplakt zit, wil ik het liefst de hele zwik tegen de muur smijten. Maar dan komt er helemaal nooit iets af. Dus leg ik alles dan rustig neer, piel het onderdeel weer van mijn vinger en loop weg.
Na verloop van tijd neem ik het werk weer ter hand en maak het af.

Mooi, daar heb ik eens een tijdje met bewondering naar zitten kijken. Niet te lang, want dan ga je zien wat er allemaal niet helemaal recht zit. Daar drong zich toch de gedachte op dat dit een beetje een lullig stukje brug was.Eigenlijk kan dat maar tot één conclusie lijden. Langer maken! Twee van die dingen plus de vlonders naar de wal. Even rekenen en ik kwam op 6 drijvers en 4 vlonders. Tijd voor massaproductie. Voor je het in de gaten hebt is zo’n project uit de klauw gelopen.
Wordt vervolgd,
Jan Coen




Omdat alle maten in de TM vermeld staan was het relatief simpel om schaaltekeningen te maken. En vervolgens tekeningen van de onderdelen met de maten erbij. Ik ben dan in mijn hoofd al bezig om uit te vogelen hoe ik de objecten kan bouwen. Als ik dan aan het bouwen toe ben hoef ik niks meer op te meten. Bovendien helpt dat enorm als je er meer van wilt bouwen. Als tijdens het bouwen blijkt dat ik er naast zit werk ik de tekeningen en maten bij.
De drijvers zijn in 1:35 86 X 7 X 10 mm en de vlonders 107 X 16 X 4 mm (lengte x breedte x hoogte).


Dan volgt zoals jullie weten het meten en uitzetten van de onderdelen, snijden en bijwerken en dan lekker in elkaar plakken. Dan nog wat metaaldraad buigen en na verloop van tijd had ik twee drijvers en een vlonder gebouwd. Eigenlijk viel dat reuze mee. Die handvatten en die veertjes is wel een hoop gepiel, maar je krijgt ook de slag te pakken en dan gaat het beter.



Nu lijkt het misschien alsof dit bijna vanzelf gaat, maar dat is niet zo. Ik kan gemakkelijk dingen bedenken die gewoon op die schaal niet blijken te kunnen. Dan moet ik de constructie zover versimpelen tot het wel kan. En soms wil het gewoon even niet lukken. Als ik dan na veertien vruchteloze pogingen met superglue aan een onderdeel geplakt zit, wil ik het liefst de hele zwik tegen de muur smijten. Maar dan komt er helemaal nooit iets af. Dus leg ik alles dan rustig neer, piel het onderdeel weer van mijn vinger en loop weg.
Na verloop van tijd neem ik het werk weer ter hand en maak het af.

Mooi, daar heb ik eens een tijdje met bewondering naar zitten kijken. Niet te lang, want dan ga je zien wat er allemaal niet helemaal recht zit. Daar drong zich toch de gedachte op dat dit een beetje een lullig stukje brug was.Eigenlijk kan dat maar tot één conclusie lijden. Langer maken! Twee van die dingen plus de vlonders naar de wal. Even rekenen en ik kwam op 6 drijvers en 4 vlonders. Tijd voor massaproductie. Voor je het in de gaten hebt is zo’n project uit de klauw gelopen.
Wordt vervolgd,
Jan Coen






























































